Kaplan & Norton
(1992) komen tegemoet aan de ontwikkelingen in het vakgebied van de
management accounting door het vormgeven van een balanced scorecard. Zoals de
naam al aanduidt, trachten de auteurs een balans aan te brengen in een verscheidenheid
aan
indicatoren en prestatienormen. Zij vestigen de aandacht op
a. het belang van lange en korte termijn doelstellingen,
b. operationele prestatienormen voor extern (aandeelhouders, klanten) en intern
gebruik
(interne processen, innoveren en leren),
c. gewenste uitkomsten en performance drivers die daartoe leiden en
d. harde financiële en zachtere, subjectievere indicatoren.
Zo wordt een poging ondernomen om een uitgebalanceerd raamwerk te schetsen voor
het
opzetten van een management accountingsysteem. De balanced scorecard vertaalt
missie en strategie in doelstellingen en maatregelen, waarbij vier perspectieven
worden onderscheiden.
1. Financieel Perspectief: hoe kijken onze aandeelhouders tegen ons aan?
2. Klantperspectief: hoe zien onze klanten ons?
3. Intern perspectief: waarin moeten we met onze bedrijfsprocessen de beste
zijn?
4. Innovatie- en leerperspectief : kunnen we blijvend verbeteren en kwaliteit
blijven
leveren?
De vier perspectieven van de balanced scorecard
1. Financieel
Perspectief
"To succeed financially, how should we appear to our shareholders?"
Het financieel
perspectief omvat factoren, die waarde creëren voor de aandeelhouders van
het bedrijf (shareholder value). De balanced scorecard acht financiële
restatiemaatstaven
van belang voor het samenvatten van meetbare bedrijfseconomische consequenties
van reeds ondernomen acties. Financiële prestatiemaatstaven geven aan of
de implementatie en de uitvoering van de strategie bijdragen aan een verbetering
vanuit overige perspectieven.
Daarmee wordt gesteld, dat financiële prestatienormen de uitkomst zijn
van sturende acties door managers. Een kritische beoordeling is nodig in hoeverre
financiële rapportages geschikt zijn om op te sturen in de toekomst. De
andere perspectieven lenen zich daarvoor veel beter. Verbeteringen in de andere
perspectieven zullen vroeger of later tot uitdrukking dienen te komen in de
financiële resultaten.
Uiteindelijk telt voor de aandeelhouder het financiële resultaat op de
langere termijn.
Traditionele financiële metingen zijn echter over het algemeen gericht
op de korte termijn
effecten van gemaakte keuzes. Daarbij geven ze aan hoe de organisatie presteert
ten aanzien van haar eigen beleid, maar niet ten aanzien van concurrenten. Inzicht
in prestatienormen voor een langere termijn dient te worden ontwikkeld. Nieuwe
maatstaven naast reeds langer bekende, zijn benchmarkgegevens, cashflow, groei
in marktaandeel, groei in winstgevendheid, winst per medewerker, economic value
added (EVA) e.d.
2.
Klantperspectief
"To achieve our vision, how should we appear to our customers?"
In het klantperspectief
definiëren managers de klant en marktsegmenten waarin de
organisatie deelneemt aan het economisch verkeer en de prestatiemaatstaven van
de
organisatie of het organisatiedeel in deze doelsegmenten. Dit perspectief omvat
diverse
kritieke succesfactoren en key performance indicators, zoals de mate van voldoen
aan behoeften van afnemers, klantenbinding, werving van nieuwe cliënten,
omvang van de markt en marktaandeel.
Daarnaast dient
het klantperspectief specifieke normen te omvatten voor de kenmerken van de
klantbehandeling die mede de mate bepalen waarin afnemers trouw blijven aan
leveranciers danwel van leverancier wisselen. Voorbeelden hiervan zijn korte
levertijden, levering op afroep/just-in-time levering, een blijvende innovatie
van producten of diensten, betrokkenheid van de leverancier bij het oplossen
van problemen van de klant of de mate waarin de leverancier kan inspelen op
veranderingen bij de afnemen.
Het klantperspectief stelt managers in staat die klant- en marktgerelateerde
onderdelen
van de strategie te onderstrepen die bijdragen aan toekomstige meeropbrengsten.
3. Intern perspectief
"To satisfy our shareholders and our customers, what business processes
must we excel at?"
In het intern perspectief
definiëren managers de kritische interne processen waarin de
organisatie moet uitblinken. Deze processen stellen het bedrijf of bedrijfsonderdeel
in
staat om de waardekenmerken te leveren aan de klant en klanten te binden in
de doelmarkten. De kritieke succesfactoren en key performance indicators concentreren
zich op interne processen die de grootste invloed hebben op klanttevredenheid
en die essentieel zijn voor het behalen van de financiële doelen van de
organisatie.
Traditionele benaderingen trachten bestaande bedrijfsprocessen te volgen en te verbeteren. Mogelijk gaan deze benaderingen verder dan financiële maatstaven, door metingen van kwaliteit of doorlooptijden en dergelijke, maar ze blijven gericht op bestaande processen. De BSC-benadering identificeert daarnaast het innovatieproces, een proces waarin de organisatie moet uitblinken om op lange termijn te blijven voldoen aan wensen van afnemers en om financiële doelen te blijven halen. Organisaties zijn zich veelal niet of onvoldoende bewust van het belang van dit innovatieproces voor toekomstig succes.
4. Innovatie- en leerperspectief
"To achieve our vision, how will we sustain our ability to change and
improve?"
Het vierde perspectief
van de balanced scorecard, het innovatie- en leerperspectief,
identificeert de infrastructuur die de organisatie moet bouwen om op lange termijn
groei
en verbetering te realiseren. Het klant- en intern perspectief identificeren
de factoren
die het meest kritisch zijn voor huidig en toekomstig succes. Het is onwaarschijnlijk
dat
organisaties bij machte zijn de lange termijn doelstellingen voor klanten in
interne
bedrijfsprocessen te definiëren door de technologie en methodieken van
vandaag te blijven gebruiken. In "New roles for Management Accountants"
wijst Kaplan (1995) op de noodzaak voor managers en medewerkers om te beschikken
over actuele en nauwkeurige informatie om hun leer- en verbeteringsproces te
ondersteunen. Interessant zijn de termen leren en verbeteren. Hiermee komt de
moderne onderneming in het blikveld, die zich kenmerkt door grote aandacht voor
kwaliteitszorgsystemen. Tevens een lerende organisatie, waarin hoogopgeleide
medewerkers het voornaamste concurrentie voordeel vertegenwoordigen.
Vanaf de productievloer dienen de voorstellen te komen voor een continu verbeteringsproces.
Moderne ondernemingen stimuleren hun medewerkers zelf hun problemen op te lossen
en te bedenken hoe de kwaliteit voor de klant verhoogd kan worden bij gelijkblijvend
of zelfs lager kostenniveau. Zij doen dit met een grote mate van autonomie.
De samenhang tussen de vier perspectieven
Ook voordat sprake
was van het balanced scorecard concept, richtten bedrijven hun aandacht op kritieke
succesfactoren en prestatie indicatoren. Toch is een goed opgezette balanced
scorecard meer dan alleen een verzameling kritieke-succesvariabelen en performance
indicatoren. De indicatoren in een goed opgezette balanced scorecard dienen
onderling gerelateerde en elkaar wederzijds beïnvloedende normen en maatstaven
te bevatten. De balanced scorecard dient inzicht te verschaffen in de complexe
set van
oorzaak-en-gevolg-reacties tussen de kritische succesvariabelen in de diverse
perspectieven.
Een strategie bevat een set stellingen omtrent oorzaak en gevolg. Het meetsysteem
dient de relaties tussen doelen en metingen in de diverse perspectieven expliciet
te maken zodat deze kunnen worden bevestigd en bestuurd. Het meetsysteem dient
de oorzaak-gevolgrelaties tussen de gevolg-indicatoren en performance drivers
duidelijk te maken. De keten van oorzaak en gevolg zou alle vier perspectieven
moeten raken.
Rendement zou bijvoorbeeld
als meeteenheid in het financiële perspectief van de scorecard gedefinieerd
kunnen zijn. De driver achter deze grootheid zou kunnen zijn de herhaalde en
eventueel vergrote omzet aan bestaande afnemers, op zijn beurt weer de resultante
van de mate van klantenbinding. Klantenbinding wordt dan gedefinieerd in het
klantperspectief van de balanced scorecard, aangezien van klantenbinding wordt
verondersteld, dat het een sterke invloed zal hebben op het rendement.
Een marktonderzoek kan aan het licht brengen dat tijdige levering door afnemers
hoog wordt gewaardeerd. Aangezien wordt aangenomen dat tijdige levering leidt
tot een hoge mate van klantenbinding, wordt ook de tijdige levering opgenomen
in de scorecard. Deze acties dragen bij aan betere financiële prestaties.
Daarna kan men zich afvragen in welke bedrijfsprocessen de onderneming moet
uitblinken om een hoge mate van tijdige levering te bereiken. Om de levertijden
te verkorten zou de
organisatie behoefte kunnen hebben aan korte doorlooptijden van de bedrijfsprocessen
en interne procedures van hoge kwaliteit. Beide factoren zouden in de balanced
scorecard
kunnen worden opgenomen (intern perspectief).
Vervolgens komt de vraag op hoe de organisatie de kwaliteit van de interne processen
en de doorlooptijden van de bedrijfsprocessen kan verbeteren. Een doorlopende
training en aandacht voor de permanente verbetering van vaardigheden zou een
driver voor deze factoren kunnen vormen.
Samenvattend, een
goed samengestelde balanced scorecard zou het geheel van de strategie van de
organisatie moeten omvatten. De scorecard zou stellingen over oorzaak- en gevolgrelaties
moeten bevatten tussen maatstaven van uitkomst en de performance drivers van
deze maatstaven. Elke voor de balanced scorecard geselecteerde maatstaf zou
idealiter een element moeten vormen in de keten van oorzaak-en-gevolg, die het
verhaal vertelt van de strategie van de organisatie.
Ook dient een balanced scorecard een mix te bevatten van uitkomstmaatstaven
(lagging
indicators) en performance drivers (leading indicators). Uitkomstmaatstaven
zonder
performance drivers geven niet aan hoe de uitkomsten dienen te worden bereikt.
En
performance drivers zonder ijking aan uitkomstmaatstaven zijn een slag in de
lucht.
De Balanced Scorecard; een beter prestatiemeetsysteem?
De nadelen van
uitsluitend financiële maatstaven bij de beoordeling van de prestaties
van een organisatie gaan vaak samen met de nadelen van een traditioneel accounting
systeem. Niet-financiële maatstaven zouden veel van deze nadelen ondervangen.
Niet-financiële prestatiemaatstaven hebben de volgende voordelen boven
financiële maatstaven:
(Wiersma, 1998, 350-351)
1. Zij zijn beter
dan financiële maatstaven in staat om de lange termijn consequenties van
actuele beslissingen zichtbaar te maken.
2. Zij geven meer inzicht in de oorzaken van afwijkingen in financiële
resultaten.
3. Veel strategische doelstellingen worden in niet-financiële termen gesteld.
Het ligt dan
voor de hand voor de prestatiemeting ook niet-financiële indicatoren te
gebruiken.
4. Een set van financiële en niet-financiële maatstaven geeft een
completer beeld van alle facetten van de prestaties die managers leveren. Dit
vermindert het risico dat goede
financiële prestaties ten koste gaan van prestaties op niet waargenomen
(niet-financiële)
aspecten.
5. Nieuwe managementtechnieken zoals Total Quality Management (TQM) en Business
Process Reengineering (BPR) zijn gericht op het verbeteren van productkwaliteit,
serviceniveau en tijdigheid. Het succes van deze technieken laat zich het best
meten met niet-financiële indicatoren.
6. Niet-financiële maatstaven sluiten vaak beter aan bij de 'taal' van
vooral
niet-financiële managers.
Het volstaat echter
niet om alleen niet-financiële maatstaven te gebruiken. Er moet een
relatie zijn tussen verbeterde niet-financiële maatstaven naar betere financiële
maatstaven. De Balanced Scorecard is een prestatiemeetsysteem dat traditionele
prestatiemaatstaven met operationele maatstaven combineert. De Balanced Scorecard
omvat financiële maatstaven die de resultaten van reeds ondernomen acties
weergeven, naast niet-financiële (operationele) maatstaven met betrekking
tot klanttevredenheid, interne processen en de innovatie- en verbeteringsactiviteiten
van de organisatie. De operationele maatstaven vormen immers de drijfveren voor
de toekomstige financiële prestaties.
Bij het managen van een organisatie kan niet één prestatiemaatstaf
een helder doel
verschaffen om blijvend concurrentievoordeel te behalen. Traditionele accountingmaatstaven
kunnen misleidende signalen geven voor continue verbetering en innovatie.
Ze kunnen bedrijven aanmoedigen om op de korte termijn financiële resultaten
te behalen, terwijl ze tegelijkertijd de moraal van de werknemers en de service
van klanten zodanig schaden dat de winstgevendheid van de organisatie op de
lange termijn wordt aangetast.
Wiersma heeft onderzoek
gedaan naar de vraag of het gebruik van relatief meer
niet-financiële informatie de prestaties van organisaties ook daadwerkelijk
verbetert.
Uit dit onderzoek blijkt dat het besef dat er naast financiële prestatiemaatstaven
ook
niet-financiële maatstaven voor de meting en beoordeling van prestaties
van organisaties en managers in aanmerking komen, begint door te dringen in
accounting onderzoek.
Het onderzoek is echter nog niet zo ver gevorderd dat er pasklare antwoorden
kunnen worden gegeven hoe een goed prestatiemeting- en beoordelingssysteem er,
onder de specifieke omstandigheden van een organisatie, uit zou moeten zien.
Hiervoor zijn verschillende redenen aan te geven (Wiersma, 1998).
1. Ten eerste is
de meting van effectiviteit van het gebruik van meer niet-financiële
maatstaven bij de meting en beoordeling van prestaties een probleem. De oorzaak
hiervan is dat effectiviteit nauwelijks door grootschalige enquétes kan
worden gemeten, hetgeen in de meeste onderzoeken wordt gedaan. Om dit probleem
op te lossen zal een andere onderzoeksmethodologie moeten worden gebruikt. Bedrijven
zullen langer moeten worden gevolgd om aan te tonen of een relatief groter aandeel
van niet-financiële maatstaven in het prestatiemetingsysteem effectief
is.
2. Veel niet-financiële prestatiemaatstaven zijn vaak ondernemingsspecifiek
en verschillen bij de gebruikte strategie van de ondernemingen.
3. Bovendien gebruiken niet alle onderzoeken dezelfde variabelen in hun onderzoek.
Dit belemmert het trekken van conclusies voor praktische aanbevelingen.
Zijn vier perspectieven voldoende?
De vier genoemde
perspectieven zijn door diverse bedrijven en branches geschikt geacht en adequaat
bevonden. De vier perspectieven moeten echter worden beschouwd als een mal,
niet als een dwangbuis; er is geen wetmatigheid die voorschrijft dat de genoemde
vier perspectieven zowel noodzakelijk zijn als voldoende. Afhankelijk van de
omstandigheden in een bepaalde bedrijfstak of branche kan het doelmatig zijn
een of meer perspectieven toe te voegen.
Een voorbeeld voor een extra perspectief is milieuperformance voor een chemisch
concern.
Wanneer deze milieuperformance van essentieel belang is voor het op lange termijn
succesvol zijn van een onderneming, is het permanent meten van milieu-indicatoren
voor de organisatie van belang, en daarmee is de opname van een milieuperspectief
in deze situatie gewenst.
Literatuur
Chow, C.W., Haddad,
K.M. & Williamson, J.E. (1997)
Applying the Balanced Scorecard to Small Companies. Management Accounting, August
1997, pag. 21-27.
Kaplan, R.S. &
Norton, D.P. (1992)
The Balanced Scorecard, measures that drive performance. Harvard Business Review,
January-February 1992, pag. 71-79.
Kaplan, R.S. (1995)
New roles for Management Accountants. Journal of Cost Management, Volume 9,
No. 3, 1995
Wiersma, E. (1998)
Het gebruik van niet-financiële prestatiemaatstaven. Tijdschrift voor Bedrijfsadministratie,
oktober 1998, pag. 350-354.